Vrijwilligerswerk en mantelzorg in bijbels licht

Aan het eind van de vorige eeuw is de Nederlandse woordenschat uitgebreid met een heel mooi woord: mantelzorg. Het woord is voor het eerst gebruikt door prof. Hattinga Verschure in zijn boek 'Het verschijnsel zorg' (Aalten 1977).

De bedenker ervan heeft misschien wel gedacht aan Martinus van Tours, die leefde van 316-397. Als beschermheilige van Utrecht is hij bij ons beter bekend als Sint Maarten. De legende vertelt van hem, dat hij als Romeins officier op een koude winteravond met zijn vrienden op weg was naar Amiens. Zij reden te paard. Bij de stadspoort kwam een in lompen gehulde bedelaar hen tegemoet, die beefde van de kou. Martinus had geen geld bij zich om hem iets te geven en toen hij zag hoe koud de bedelaar het had, kreeg hij medelijden met hem. Hij sneed met zijn zwaard zijn mantel in tweeën en gaf een helft daarvan aan de arme man, zonder zich iets aan te trekken van het hoongelach van zijn vrienden. In de nacht daarop droomde hij. Hij zag Christus, gehuld in het stuk van zijn mantel. Hij hoorde Christus tot zijn engelen zeggen: "Martinus, die nog niet gedoopt is, heeft mij gekleed." Deze droom maakte zo'n indruk op hem, dat hij zich terstond liet dopen. Later werd hij bisschop van Tours.

Het zorgen voor armen en verdrukten, het verplegen van zieken en het bijstaan van stervenden, waren werken van barmhartigheid waardoor christenen temidden van de heidenen opvielen. Zij waren daders van het woord, dat zij van Jezus vernomen hadden. Steeds weer maakte diepe indruk op hen Matth.25:31-46, waar Jezus onder meer opmerkt: "Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht".

Jezus heeft meermalen uitgelegd wat de kern van de wet van God is: God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf. Hij baseerde Zijn onderwijs op de Thora, ja, op het hele Oude Testament, dat vol staat met raadgevingen met betrekking tot de omgang met de naaste in nood. Daaraan gekoppeld spreekt de Schrift ook van beloften en bedreigingen, van zegen en vloek.

Gods Woord spreekt zelfs van het recht van vreemdelingen, wezen en weduwen (Deut. 27:19). Het is niet maar een gunst dat zij geholpen worden, neen, zij hebben er recht op. We zingen het zo graag, maar vaak ook wel ondoordacht: '' 't Is de Heer die 't recht der armen, / der verdrukten gelden doet!" En dat recht geldt niet alleen voor het eigen volk, zoals onder Israël later werd gezegd, maar is ook van toepassing op de buitenlanders. Deut. 10:17-19 is daar duidelijk over. "Want de HEERE, uw God, is een God die het recht van de wees en van de weduwe doet en de vreemdeling liefheeft (…). Daarom zult u de vreemdeling liefhebben, want u bent vreemdelingen geweest in Egypte." Dit is een belangwekkend gegeven voor politiek partijen die het gezag van Gods Woord wensen te erkennen.  

Terug naar de mantelzorg. Van Dale omschrijft mantelzorg als: aanvullende, niet-beroepsmatige hulpverlening aan bejaarden, zieken en andere hulpbehoevenden.

De woorden 'mantelzorg' en 'vrijwilligerswerk' komen uiteraard in de Bijbel niet voor, maar wel vinden we er voorbeelden van. Zo was Job een echte vrijwilliger / mantelzorger. In Job. 29 lezen we, dat Job terugdenkt aan de tijd waarin hij in welvaart leefde en dan haalt hij herinneringen op. "Want ik bevrijdde de ellendige, die riep en de wees, die geen helper had. De zegen van hem die verloren dreigde te gaan, kwam op mij, en het hart van de weduwe deed ik vrolijk zingen (vs. 12-13).  En in vs, 15-16 lezen we:"De blinde was ik tot ogen en de kreupele was ik tot voeten. Ik was de nooddruftige, de hulpbehoevende, tot een vader en het geschil, dat ik niet wist, onderzocht ik."

Toegegeven, bij Job was er wellicht ook sprake van beroepsmatige hulpverlening, want hij was immers iemand die volgens vers 7 recht sprak in de poort, maar toch, hij deed meer dan beroepsmatig van hem verwacht kon worden. Let nog eens op vs. 13b: "Het hart der weduwe deed ik vrolijk zingen, deed ik jubelen". Hij  hielp niet op karige wijze, maar royaal. En de kanttekening bij de Statenvertaling bij de vs. 16a  ("Ik was de nooddruftige, de hulpbehoevende, tot een vader", luidt: "Versta dat hij de ellendigen geholpen heeft niet alleen met woorden van onderwijs, waarschuwing, raad en troost, maar ook met werken en middelen."

Ook de profeten hebben gewezen op zorg voor de mens in nood. In Jes. 58 laat God door de mond van de profeet aan Israël weten, wat de ware godsdienst is. Niet allerlei uiterlijk vertoon, zoals vasten, in zak en as gaan en lopen met het hoofd naar beneden "als een bieze".
Neen, zegt God, het echte vasten dat ik verkies is anders. "Is het niet dat gij de hongerige uw brood meedeelt, en de arme, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?" (vs. 7).

Uw brood meedeelt, betekent hier: (Hebr. lett.) in twee stukken deelt, m.a.w. niet één stukje,  maar de helft van een heel ( plat )brood. 
De arme, verdrevenen, dat zijn zij die als rebellen uit hun vaderland ten onrechte verdreven zijn. Of: de daklozen.  
Dat u zich voor uw vlees niet verbergt: vlees = uw volk of stam, zeggen de meeste uitleggers.  Neen, ruimer, zeggen sommigen, uw naaste i.h.a. (Zo bijv. Matth. Henry). Op de vraag 'Wie is mijn naaste?' wordt hier geantwoord: ieder die net als u vlees en bloed is. Vgl. Luk. 10, 29 e.v. Barmhartige Samaritaan.
  
Als je dat doet, dan ….(Het woordje 'dan' is in het Hebr. beklemtoond.) Wat dan, wat zal er dan gebeuren?

1. Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad. ( = de dag van heil breekt aan)
Gehoorzaamheid is het reinigen van het raam waardoor het licht van Gods genade zal schijnen als in de morgen. 
2. Dan zal uw genezing snel uitspruiten ( = het volksbestaan zal hersteld worden).
Dit licht heeft helende werking, ook in ons persoonlijk geloofsleven. .
3. Dan zal uw gerechtigheid voor uw aangezicht heengaan.
Zoals de gebeden en aalmoezen van Cornelius "tot een gedachtenis voor God zijn opgeklommen", Hand. 10,4.
4. Dan zal de heerlijkheid van de HEERE uw achtertocht / achterhoede wezen
      ( heerlijkheid is hier: de genadige tegenwoordigheid van God).
Gerechtigheid voor uw aangezicht en de heerlijkheid van de HEERE achter u, wat een getuigenis! 
5. Dan zult u roepen en de HEERE zal antwoorden
Dan wordt de verborgen omgang met God vol zoetheid en uw gebeden worden beantwoord. 
6. Dan zult u schreeuwen ( of: om hulp roepen ) en Hij zal zeggen: "Zie, hier ben Ik".

Dat laatste is op uitnemende wijze waar geworden in Christus Jezus, Zijn Zoon, de Immanuël, de God met ons. Hij heeft ons geleerd en voorgeleefd wat vrijwilligerswerk en mantelzorg ten diepste is. "Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart"(Matth. 11:29). Met een woord van de apostel Petrus mag ik u bemoedigen: "Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen." Laat Zijn voorbeeld ons in alle vrijwilligersarbeid en bij alle mantelzorg mogen inspireren en moed en volharding geven en herinner u Zijn woord: "Voor zoveel u dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt u dat Mij gedaan"(Matth. 25:40). 

N.C. van Velzen   

subpagina's van pagina '2006 Gemotiveerd Helpen':

AgendaToespraak staatssecretaris»MeditatieVerslag forumInterview KuiperVerslag RDVerslag NDRapport