Verantwoordelijkheid en normativiteit in de ICT Door Prof. Dr. Ir. E. Schuurman *) Mijnheer de Voorzitter, Allereerst wil ik graag mijn dank aan het Bestuur van IBA uitspreken dat zij samen met het Instituut voor Cultuurethiek deze bezinningsdag heeft willen organiseren. In ons Instituut voor CultuurEthiek bezinnen we ons op de vele ethische problemen van de huidige door wetenschap en techniek gestempelde cultuur. U als IBA hebt een traditie en het vermogen conferenties te beleggen. Vandaag samen optrekken, maakt duidelijk dat we elkaar met onze mogelijkheden kunnen versterken. Mij is gevraagd enkele inleidende opmerkingen te maken over de verantwoordelijkheid en normativiteit in de ICT. Inleiding Aan de ontwikkeling van de technologie in het algemeen hebben we veel te danken. Toch wordt ook de keerzijde steeds duidelijker. De technologie brengt niet alleen zegen, maar ook bedreigingen. Droombeeld en schrikbeeld staan tegenover elkaar. Om een goed zicht te krijgen op wat er gaande is, wil ik aandacht vragen voor vier punten. Allereerst wil ik iets zeggen over de ontwikkeling van de moderne techniek in het algemeen. Daardoor krijgen we een beter zicht op wat er is gebeurd en staat te gebeuren. Het tweede punt dat ik wil benadrukken is, dat we met de nieuwste technologische ontwikkelingen in een nieuwe situatie terecht zijn gekomen. Het derde punt vraagt aandacht voor verarming of verrijking van de cultuur door de techniek en tenslotte willen we ons afvragen hoe we blijvend met de technologie dienstbaar kunnen zijn, dus onze verantwoordelijkheid moeten dragen. 1. Technische ontwikkeling in hoofdlijnen Allereerst dus iets over de ontwikkeling van de techniek. Als we over techniek spreken kunnen we een belangrijke onderscheiding aanbrengen. De techniekgeschiedenis valt in twee delen uiteen. We kennen de ontwikkeling van de ambachtelijke techniek. Dat is de techniek van de timmerman en de smid. Ze gebruiken gereedschap om iets te maken. In deze ambachtelijke fase van de techniek heeft de mens er volledig zeggenschap over. Dat lijkt goed en dat is het ook, maar de keerzijde daarvan is wel dat dit gepaard gaat met lichamelijke lasten en moeiten. In de latere fase, die van de moderne techniek, is er van een directe relatie tussen mens en techniek niet zozeer meer sprake. Door de invloed van de wetenschap op de techniek zijn we in staat gebleken om ervoor te zorgen dat het gereedschap steeds meer zelfstandig gaat werken. We kennen dat in een oplopende reeks van werktuigen, machines, automaten, computers en uiteindelijk robots, zelfwerkende systemen, enz. Door deze techniek wordt de mens ontlast, maar krijgt de technologie ook een indringender karakter. We spreken terecht van informatie- en communicatietechniek. Ondertussen hebben we met nog iets speciaals te maken. De vroegere, ambachtelijke techniek maakte een onderdeel van de samenleving uit. De moderne techniek stempelt heel de maatschappij. Het ambachtelijke gereedschap kon je naast je neer leggen, zonder dat de samenleving daar de invloed van ondervond. De ambachtelijke techniek is persoonlijk, overzichtelijk, statisch -- dat wil zeggen er vindt nauwelijks vernieuwing plaats --, ongedifferentieerd. Van dat alles is bij de moderne techniek geen sprake meer. De moderne techniek is onpersoonlijk, onoverzichtelijk, zeer dynamisch, zij vernieuwt voortdurend, doordringt alle sectoren van het menselijk leven en de samenleving. De techniek is een systeem, een netwerk geworden dat heel de maatschappij doortrekt. We spreken terecht van Internet. De omgeving van de mens wordt daardoor steeds kunstmatiger: de moderne techniek omringt de mens als het ware. Had de mens vroeger de techniek in de hand, was hij er de baas over, nu lijkt het erop dat hij aan de hand van de techniek gaat. Gaat er met die techniek iets mis, dan ondervindt heel de maatschappij daarvan de gevolgen. We kennen dat in geval van een stroomstoring of via de gevolgen van het verspreiden van een computervirus via email. Terwijl onze maatschappij technischer is dan ooit tevoren, is ze tegelijk ook kwetsbaarder geworden. 2. Nieuwe situatie Het is niet voor niets dat velen in hun beschouwing over de moderne techniek spreken als over een autonome, eigenwettelijke technische ontwikkeling. De mens heeft veel in de techniek geïnvesteerd, maar heeft er blijkbaar steeds minder over te zeggen. Daarvan was in de ambachtelijke fase van de techniek -- de fase van de materie-techniek -- nog geen sprake. In de fase van de energie-techniek zien we al veel zelfstandig werkende machines, maar in de laatste fase -- die van de informatietechnologie -- is het gereedschap volledig van de mens los gekomen en werkt het zo zelfstandig dat het schijnt alsof alles automatisch verloopt. De mens schijnt ondertussen de gevangene van deze technologie te worden. Dat moet vooral benadrukt worden: het schijnt dat de techniek autonoom is. In werkelijkheid is dat natuurlijk niet zo, want alle techniek is mensenwerk, ook de ICT. De filosoof Ernst Kapp (ongeveer 1880) heeft gezegd dat wij menselijke functies in het gereedschap projecteren. In de hamer hebben we de kracht van onze vuist geprojecteerd en daarmee versterkt. Met de microscoop versterken we de functie van onze ogen. De nijptang geeft een vergroting van mogelijkheden van onze kaken weer, enz. In de computer tenslotte hebben we het denken van de mens geprojecteerd en daarom spreken we van de computer wel van het denkgereedschap. Omdat de computer zeer snel en onvermoeibaar werkt, wekt ze de schijn volledig onafhankelijk van de mens te werken. Dat is schijn, zij het dan wel een werkzame schijn. En zoals we dat van een enkele computer zeggen, zeggen we dat van de hele technische ontwikkeling: de informatietechnologie vertoont autonomie: ze is het beste weer te geven met werkzame autonomie als schijn. Daardoor wordt de indruk gewekt dat de mens wordt ingekapseld. Het interessante van Kapp is dat hij de techniek steeds als gereedschap van de mens blijft zien. Maar ondertussen zitten wij in een situatie waarin we dat niet meer zo ervaren. Het heeft er alle schijn van dat de techniek ons boven het hoofd groeit. Dat komt vooral doordat de computers steeds kleiner zijn geworden en tegelijk steeds sneller werken en vervolgens met elkaar dan ook nog een informatienetwerk vormen dat onoverzichtelijk aan het worden is. In heel veel apparatuur hebben we chips verwerkt die voor de automatische werking van onze apparaten garant staan. Dat proces van automatisering neemt nog steeds in snelheid en complexiteit toe. Ook in de gezondheidstechnologie en in de technologie die we in het onderwijs gebruiken, zijn daar veel voorbeelden van te geven. 3. Verarming of verrijking? Voordelen Wie onze tijd vergelijkt met een paar eeuwen terug, ziet van die moderne techniek de grote voordelen. De gemiddelde levensduur is vergroot. Riolering en waterzuivering zorgen voor een meer gezonde omgeving. Mechanisering, automatisering en robotisering hebben mensen van veel zware lichamelijke en routine arbeid verlost. De materiële welvaart is ongekend. We maken dankbaar gebruik van vele medische technieken, die het leven van kwalen kunnen genezen. De moderne communicatiemiddelen verschaffen ons ongekende informatie. In zekere zin zou de techniek ons van veel materiële zorgen moeten vrijmaken en ons in staat stellen meer geestelijk werk te doen. Het is geen wonder dat lange tijd de loftrompet geheven werd op de techniek. "De wonderen van de techniek", "De eeuw van de techniek", "De triomf van de techniek" werden zo'n dertig jaar geleden als boektitels gebruikt of als slogans gehanteerd om te wijzen op de overvloedige zegeningen van de techniek. De voorstellingswereld of het werkelijkheidsbeeld werd zelfs bepaald door de mogelijkheden van de techniek. Techniek werd, met andere woorden, steeds meer de leidraad voor de technische ontwikkeling zelf. Alles wat mogelijk was, werd toegepast. Schaduwzijden Lofliederen op de technologie zijn de laatste tijd verstomd. Immers, in de huidige cultuur worden de schaduwzijden van de wetenschappelijk-technische ontwikkeling steeds duidelijker. Het technische beheersingsideaal penetreert en richt heel de cultuur. Ze doortrekt vele, zo niet alle aspecten van de samenleving en dringt de menselijke belevingswereld als een grote vanzelfsprekendheid binnen. Cultuur wordt daarmee gemakkelijk gereduceerd tot wat techniek en wetenschap – in samenhang met de economie -- te bieden hebben. Niet alleen wordt de mens door de overschatting van wetenschap, techniek en economie bedreigd, ook de natuur wordt er door uitgebuit en de menselijke samenleving valt uiteen. Er is sprake van bedreiging door kernwapens of radioactief afval van kerncentrales, het opraken van grondstoffen, het uitsterven van vele planten- en diersoorten, de ontbossing, de verzilting en verwoestijning -- met verlies aan voedsel en vruchtbare gronden -- , de aantasting van de ozonlaag, de uitstoot van emissiegassen met hun vèrstrekkende gevolgen voor leven en klimaat, de snelle en grootschalige verwoesting en vervuiling van de natuur, en ook is er de snel toenemende bedreiging van de overschatting van genetische manipulatietechnieken. Tenslotte suggeren de nieuwste informatie- en communicatietechnieken veel informatie en communicatie, maar in werkelijkheid is er steeds minder echt 'face-to-face' contact tussen mensen, waardoor onderlinge vervreemding, eenzaamheid en sociale desintegratie optreden. Stelt u zich voor dat in de gezondheidszorg en in het onderwijs de mens door de techniek zal worden bedreigd, in plaats van geholpen, dan zijn we er slecht aan toe. En dient ICT in het management alleen de beheersing van de organisatie, of zullen de mensen er hun verantwoordelijkheid beter door kunnen dragen. Dat is het dilemma. 4. Verantwoordelijkheid Heroriëntatie in de cultuur Vanwege de vele problemen ligt het voor de hand dat de roep om heroriëntatie in de cultuur veel wordt gehoord. De cultuurfilosoof Hans Jonas heeft de noodzaak daarvan voortreffelijk duidelijk gemaakt. Hij heeft ons in een van zijn publicaties voorgesteld vanaf de maan de onmetelijke kosmos te bestuderen. Dan valt -- vanaf de maan -- in die gigantische kosmos direct de zeer, zeer bijzondere uniciteit van de planeet aarde op. Dat is de enige groene planeet in ons zonnestelsel. Daar is leven in een rijke veelvormigheid aanwezig. Willen we als maanreizigers overleven, dan zullen we naar de aarde terug moeten keren. Vanaf de maan, zegt Jonas, constateren we echter met schrik dat die planeet aarde in gevaar is. Het uitzonderlijke van het leven wordt door de bestaande technisch-economische ontwikkeling bedreigd. Een technisch werkelijkheidsbeeld verwoest tenslotte in de praktijk het leven. De les die uit Jonas' voorbeeld getrokken moet worden is, dat we een andere ethiek voor techniek nodig hebben dan de gangbare. De gangbare ethiek is die van het reguleren van de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Een nieuwe benadering zal moeten zijn dat aan techniek beperkingen en grenzen worden gesteld. De technologie mag het leven niet bedreigen, maar moet juist het leven dienen. De technische benadering van de werkelijkheid kan alleen dan slagen indien voluit rekening wordt gehouden met de niet-technische dimensies van het bestaan. Ja wanneer de techniek ondergeschikt is aan de mens, de mens ten dienste komt, zullen we deel hebben aan de zin ervan. Oud en nieuw cultuurbeeld Daarom moet niet het overheersende ideaal van de wetenschappelijk-technische beheersing de leidraad zijn. Dat is immers het beeld van de zich voortdurend versterkende technische constructie waarin de werkelijkheid geen wezenlijke, maar slechts instrumentele waarde heeft. Dan wordt de patiënt een nummer of klant en de leerling of student wordt object van de technische beheersing. Hoeveel zij daarbij ook schijnen te winnen, in werkelijkheid verliezen beiden hun humaniteit en worden ze slachtoffer van de techniek. We moeten daarom een ander mens- en werkelijkheidsbeeld bij onze cultuur zoeken dan het overheersende van dit moment. We dienen een andere visie te hebben op de werkelijkheid waardoor de technologie niet overheersend, maar dienstbaar wordt. Het zorgzaam en respectvol omgaan met de mens, en in andere technieken geldt dat ook voor dier, plant, natuur, materiaal en milieu, moet in het nieuwe cultuurideaal of in de nieuwe voorstelling van de cultuur centraal staan. De mens moet zich met zijn technologie dienstbaar opstellen en dat kan indien hij zichzelf dienstbaar maakt en de patient en de student niet tot beheersingsobject maakt, maar de patiënt en de student naar eigen waarde weet te schatten. Een verantwoorde cultuurontwikkeling moet afscheid nemen van het technische wereldbeeld, en erkennen dat heel de werkelijkheid schepping van God is. In de erkenning van God de Schepper staat voorop dat alles een eigen waarde of geaardheid heeft.. Elke technische activiteit behoort te beginnen met zorgzame omgang en respectvolle bejegening. Schepping en schepsel dienen naar hun aard te worden benaderd, anders wordt het leven bedreigd. Niet een voluit technisch beheerste wereld, maar een rijk gevarieerde ontsluiting van de schepping is het wenkende perspectief. Nieuwe normativiteit Verantwoordelijkheid voor de technologie: daar gaat het om. In de moderne techniek is onze verantwoordelijkheid groot geworden. Dat geldt zowel persoonlijk als gemeenschappelijk. Ook is die verantwoordelijkheid vanwege gebrek aan ervaring en door onkunde en onwetendheid moeilijk te dragen. Soms ziet men dit in en tracht men de moderne techniek te ontlopen. Dat is een niet te aanvaarden vlucht. We hebben wijsheid nodig om verantwoord met de techniek om te gaan. Wijsheid is niet dat je veel weet, maar wijsheid heeft te maken met een diep inzicht hebben in motieven en verantwoordelijkheden. Inzicht in wat mensen beweegt en inzicht in wat goed is voor mens en samenleving. Zonder die wijsheid wordt de huidige technische ontwikkeling een proces, waarin efficiëntie en effectiviteit de hoofdnormen worden.. De normativiteit dient zich echtet te concentreren in de geboden van de liefde en zich te verbreden in een groot aantal normen en waarden. Gods Woord leert ons daar veel over en de praktijk van alle dag evenzeer. Zoals Jesaja in hoofdstuk 28 over Gods onderwijs aan boeren spreekt, zo zullen we ook in in het ICT-tijdperk kunnen zeggen dat onze God ons onderricht over de juiste wijze en ons zo onderwijst dat ook deze technolgie in dienst van Hem staat en zo tot zegen is voor de mensen. Dus de normativiteit voor de ICT mag niet ontleend worden aan de mogelijkheden van de technologie zelf, maar de echte normativiteit maakt deze technologie dienstbaar aan de mens. Die dienstbaarheid moet ook in de gezondheidszorg, in het onderwijs en in het management worden gezocht als we ICT in die cultuursectoren introduceren. De volgende sprekers staan voor de uitdaging dat nader uit te werken. Het zal duidelijk zijn dat het gaan van het spoor van verantwoordelijkheid en normativiteit gepaard gaat strijd. Die strijd om het goede spoor te zoeken en te houden, speelt zich met name ook in politiek af. Vandaar dat straks ook daaraan aandacht gegeven zal worden. ------------------------------------------- *) E. Schuurman is hoogleraar in de Reformatorische Wijsbegeerte aan de Universiteiten van Delft, Eindhoven en Wageningen en voorzitter van de RPF-GPV fractie in de Eerste kamer (ChristenUnie). Zie voor literatuur: E. Schuurman, Geloven in Wetenschap en Techniek -- Hoop voor de Toekomst, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1998. |