Om het diaconale hart van de kerk
Jakko Gunst

ZWOLLE - Ze willen geen preek houden voor de gereformeerde gezindte. „Ons is slechts gevraagd om onderzoek te doen”, zegt lector dr. R. Kuiper, van het lectoraat samenlevingsvraagstukken aan de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. „Het draait, maar het moet professioneler”, is desondanks zijn conclusie over het vrijwilligerswerk in orthodox-protestantse gemeenten. „Bij ongewijzigd beleid gaat de rek er gauw uit.”
Stel, je hebt je baan en je gezin en daarnaast houd je nog tijd over. Gelukkig ben je lid van een orthodox-protestantse kerk, want dat betekent dat je vroeg of laat wordt gevraagd vrijwilligerswerk te doen. Natuurlijk zeg je ja, want daar rekent men op en je had immers tijd over. En vrijwilligerswerk, dat lijkt je leuk om te doen.
Is dit een reëel beeld voor orthodox-protestantse gemeenten? De ingenieurs C. Roorda-Lukkien en M. Jager-Vreugdenhil brachten het afgelopen halfjaar het vrijwilligerswerk in acht lokale kerkgemeenschappen -christelijke gereformeerde kerken, gereformeerde gemeenten, gereformeerde kerken vrijgemaakt en hervormde gemeenten in Emmeloord en Zoetermeer- in kaart. Hun onderzoek stond onder leiding van dr. R. Kuiper. Alle drie zijn ze verbonden aan het lectoraat samenlevingsvraagstukken aan de Gereformeerde Hogeschool.
De onderzoekers zetten 3062 vragenlijsten uit onder de belijdende leden van de acht gemeenten. Daarin informeerden ze naar de motivatie om wel of geen mantelzorg te bieden en vrijwilligerswerk te doen. Vragenlijsten gingen er ook naar 91 zorg- en hulpverleningsinstellingen: naar de bij de koepelorganisatie Focaris aangesloten instanties, de instellingen in Emmeloord en Zoetermeer en verder naar alle organisaties waarvan de ondervraagde kerkleden aangaven er als vrijwilliger te werken. De directies van deze instellingen werd gevraagd hun vrijwilligersbeleid uit de doeken te doen.
Wat trof u aan in deze acht gemeenten? Zijn er redenen om alarm te slaan?
Kuiper: „Orthodox-protestantse gemeenten zijn over het algemeen gewend hun onderlinge steunpunten te hebben. Er is een groot intern hulpnetwerk, er gebeurt wel wat.”
Zo’n driekwart van de ondervraagde kerkleden geeft aan een bepaalde vorm van vrijwilligerswerk te doen. De motieven ”ik werd ervoor gevraagd” en ”ik vind het leuk om dit werk te doen” worden echter veel vaker genoemd dan ”ik zie dit als een opdracht van God” of ”ik doe dit vanuit mijn geloof”.
Geeft dat niet te denken?
Roorda: „Mijn eerste reactie is: Het is mooi dat mensen elkaar inschakelen.” Kuiper: „Mee eens, en daarbij denk ik dat een motivatie vanuit het christen-zijn bepaald niet ontbreekt. Qua motivatie is er sprake van een zekere gelaagdheid: vanuit je geloof vind je vrijwilligerswerk belangrijk, vervolgens word je gevraagd en vind je het leuk.”
Roorda: „Wie actief lid is van een kerk, heeft een grotere kans vrijwilliger te worden, concluderen we in het laatste hoofdstuk. De korte lijnen binnen het kerkelijk netwerk en de waardering voor de belangeloze inzet voor medemensen vormen hiervoor een belangrijk kader dat in de onderzochte gemeenten nog volop functioneert.”
Volgend jaar wordt de Wet maatschappelijke ondersteuning van kracht. Algemeen is de verwachting dat de vraag naar mantelzorg en vrijwilligerswerk daardoor zal stijgen. Kunnen kerken die vraag aan?

Kuiper: „Nee, niet alleen door de WMO, maar ook door de vergrijzing moet er wel wat gebeuren. Bij ongewijzigd beleid gaat de rek er gauw uit. Kerken moet zich beraden op de manier waarop ze de vrijwillige inzet in de sector zorg en hulpverlening organiseren en waarderen. Met name de diakenen kunnen daarbij een stap naar voren doen.”
Databank

Een concrete verandering waar de onderzoekers aan denken, is het formaliseren van het mechanisme van vragen en gevraagd worden. Roorda: „Daaronder verstaan we dat vraag en aanbod beter aan elkaar worden gekoppeld. Bijvoorbeeld via een databank. Met het oog op de vrijwilligersbehoefte van zorginstellingen is dat belangrijk, omdat die nu nauwelijks gericht onder jongeren of andere categorieën mogelijke vrijwilligers werven. Als daar nieuwe krachten instromen, is dat hoofdzakelijk een kwestie van gevraagd worden door een kennis die al als vrijwilliger in zo’n instelling werkt.”
Kuiper: „De inzet voor de naaste is in kerkelijke kring vanzelfsprekend. Opvallend is echter dat dit niet altijd wordt gezien. Maar ook kerkelijke mantelzorgers hebben hun specifieke problemen van eenzaamheid en zware belasting. Toch worden ze te vaak over het hoofd gezien. Hen verwijzen naar een seculier steunpunt is geen optie, omdat ze daar zelden aankloppen. Een van onze aanbevelingen is dan ook dat zo’n steunpunt binnen gemeenten moet worden opgezet.”
Geestelijke bewustwording is daarbij belangrijk, aldus Kuiper. „Als we de mantelzorg een uiting van een christelijke levenswandel vinden, mag er vanaf de kansel rustig een woord gewijd worden aan het bemoedigen van mantelzorgers in het werk dat ze doen.”
Ziet u de WMO als bedreiging of als kans?
Kuiper: „De WMO is bedoeld om de hulp door burgers onderling te stimuleren. Voor de kerk ligt daar een kans zich te laten kennen als een gemeenschap met een diaconaal hart. Nu de verzorgingsstaat verbrokkelt, is het zaak dat kerken zich bewust worden van hun diaconale roeping in deze wereld. De afgelopen jaren is die onder het stof beland, doordat er zo veel door de overheid is gedaan.”
Roorda: „Via een databank of vrijwilligerscentrale in de kerk kunnen we ook mensen buiten de kerk bereiken. Als een niet-christelijke instelling probeert via een kerkelijk blad vrijwilligers te werven, is er soms nauwelijks respons.”
Kuiper: „”Diaconieën, zie uw taak”, is echter niet onze houding. Wij zijn maar onderzoekers en stellen anderen in staat aan de hand van ons rapport de preek te doen.”
© Reformatorisch Dagblad

 

subpagina's van pagina '2006 Gemotiveerd Helpen':

AgendaToespraak staatssecretarisMeditatieVerslag forum»Interview KuiperVerslag RDVerslag NDRapport