Kerk en caritas

Toespraak van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clémence Ross – Van Dorp, na het in ontvangst nemen van het rapport Kerk en Caritas.

 Dr. Roel Kuiper (rechts) biedt Mevr. drs. Ross-van Dorp, staatssecretaris VWS(midden) en  de heer drs. R. van Bochoven, voorzitter IBA (links)  het rapport "Kerk en caritas" aan

 

 

 

Dames en heren,

Bedankt voor dit rapport.

Gisteren was ik nog bij de opening van een verzorgings- en verpleeghuis in Barneveld en daar werd me opnieuw duidelijk hoe vanzelfsprekend het verrichten van vrijwilligerswerk voor veel mensen is die behoren tot een kerkgenootschap. Het Barneveldse tehuis Elim kan over meer dan honderd vrijwilligers en mantelzorgers beschikken!
Dat is ongeveer een vrijwilliger per bewoner.

Fantastische vrijwilligers, zo werd mij duidelijk. Zo is er een echtpaar dat tijdens de warme dagen in juli alle bewoners ’s ochtends een kopje bouillon bracht.
En er zijn volop vrijwilligers die flinke wandelingen met de bewoners maken of ze helpen bij het dagje uit dat vier keer per jaar plaats vindt. Dankzij de inzet van deze vrijwilligers hebben de professionele verzorgers meer tijd om zich volledig aan hun zorgtaken te wijden.Dat is natuurlijk geweldig.


Ook uit dit onderzoek, Kerken en Caritas, komt naar voren hoe groot de bereidheid van leden van kerken is om vrijwilligerswerk en mantelzorg te verrichten. Daar ben ik erg blij mee. En er zijn nog veel meer vrijwilligers en mantelzorgers, Nederland telt ruim 4 miljoen vrijwilligers. Variërend van mensen die helpen bij de plaatselijke sportvereniging tot mensen die dagelijks helpen bij de verpleging van iemand. Je kunt dan ook gerust vaststellen dat vrijwilligers onmisbaar zijn in onze samenleving.


Zoals u weet nemen vrijwilligers ook een belangrijke plaats in in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning die vanaf 1 januari in werking treedt.
De kern van deze wet is dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor samenhangend beleid op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, wonen en welzijn. Vrijwilligers zijn daarbij onmisbaar. Daarom is in de Wmo voor het eerst wettelijk geregeld dat vrijwilligers en mantelzorgers ondersteund moeten worden.
Om de wet goed in te vullen moeten gemeenten veelvuldig overleggen met allerlei groeperingen in de samenleving. De Wmo vraagt om een andere houding, een andere manier van werken. Niet alleen van de gemeente, maar ook van u en alle andere lokale partners: de maatschappelijk werkers, de woningbouwcorporaties, de cliënten- en patiëntenorganisaties, noem maar op.


Voor u was deze wet de aanleiding om te onderzoeken of de gereformeerde kerken en de vrijwilligers en mantelzorgers goed voorbereid zijn op al deze veranderingen.
Ik vind dat een goede zaak. Het is belangrijk om u nu, met de WMO voor de deur, te bezinnen op uw positie. In dit rapport zitten, zoals we zojuist van de heer Kuiper hebben gehoord, aardig wat adviezen waarmee u volgens mij goed uit de voeten kunt. Ik wil daar graag een paar dingen over zeggen.


Allereerst wil ik de aanbeveling dat de kerken beleid moeten ontwikkelen en moeten nadenken over hoe ze zich willen positioneren met klem onderstrepen.
Dat is nodig om met gemeenten goede gesprekken te kunnen voeren over uw positie en rol binnen de gemeente, met name binnen de zogenoemde prestatievelden 1 en 4. In deze prestatievelden is vastgelegd dat gemeenten zich moeten bezighouden met het bevorderen van de leefbaarheid en het ondersteunen van vrijwilligerswerk en mantelzorg.
hoeft bij het bedenken van beleid niet alles zelf te doen.
Er bestaan al verschillende middelen om u daarbij te helpen.


Stap naar gemeenten en vraag hoe zij u hierbij kunnen helpen, of maak gebruik van algemene voorzieningen. In een aantal gemeenten is bijvoorbeeld een vrijwilligersvacaturemap of wordt deskundigheidsbevordering voor vrijwilligers aangeboden. Mijn ervaring is dat veel organisaties, zoals diaconieën, en gemeenten elkaar niet of nauwelijks kennen. Dat is heel jammer, want in feite bent u bondgenoten. Kerken hebben veel vrijwilligers en gemeenten kunnen ze goed gebruiken. U kunt met uw vrijwilligerswerk bijdragen aan de sociale samenhang, de leefbaarheid, en de gemeente kan u helpen bij het ondersteunen van uw vrijwilligers. U kunt dus van elkaar profiteren.


Ik wil u daarom ook graag uitnodigen voor het VWS congres over de Wmo op 31 januari. Tijdens deze conferentie gaan we in op de rol van kerken binnen de Wmo. Ik ben al in gesprek met een aantal kerken om invulling te geven aan deze conferentie. U kunt zich daar bij aansluiten. En tijdens de bijeenkomst kunt u van gedachten wisselen met gemeenten.


Maar u moet niet alleen gesprekken voeren met gemeenten, ook met andere organisaties die vrijwilligers hebben. Bijvoorbeeld met kerken van andere gezindten en moskeeën. Zoek samenwerking onderling zodat u gezamenlijk uw positie bij gemeenten kunt duidelijk maken en de gemeenten wel naar u moeten luisteren. Gemeenten zijn verplicht om belanghebbenden te betrekken bij hun beleid. Maar gemeenten weten vaak niet wat kerken precies doen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. Door aan te geven wat u bijdraagt aan de WMO, kunt u er voor zorgen dat u gehoord wordt. En dat werkt het beste als u dat samen met andere doet, dus doorbreek het eilanddenken.


Tot slot, vrijwilligers zijn belangrijk voor onze samenleving, ik zei dat al aan het begin. Maar vrijwilligerswerk is meer dan dat. Het geeft ook voldoening. Aan degenen die vrijwilligerswerk verrichten. En dat moet zo blijven, maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat ze de juiste ondersteuning krijgen en zich niet in de steek gelaten voelen en overbelast raken. U kunt daarbij helpen, bijvoorbeeld door bijtijds de steun van het steunpunt mantelzorg in te roepen.


Dames en heren, de WMO is bedoeld om het welzijn van mensen te verbeteren. Dat kan niet landelijk vanuit Den Haag gebeuren. Dat kan het beste dicht bij de mensen zelf. In de gemeenten dus. Maar gemeenten kunnen dat niet alleen. Ze hebben daarbij hulp nodig.
Onder meer van u. U kunt als kerk aangeven wat er leeft onder uw mensen en waaraan behoefte is. Dat is één kant. En tegelijkertijd kunt u helpen bij het verbeteren van het welzijn van mensen door hulp te bieden aan mensen. In de vorm van vrijwilligerswerk en mantelzorg.


Om dat allemaal goed te organiseren, zodat gemeenten u horen en u gemeenten kunt helpen, is het noodzakelijk dat u daarvoor beleid maakt en plannen opzet. Dit onderzoek is een prima begin. Ik wens u veel succes met de verdere uitwerking hiervan!

Bron: www.minvws.nl

subpagina's van pagina '2006 Gemotiveerd Helpen':

Agenda»Toespraak staatssecretarisMeditatieVerslag forumInterview KuiperVerslag RDVerslag NDRapport